Lady Mechanika overleefde als enige de afschuwelijke experimenten van een waanzinnige Victoriaanse wetenschapper. Haar geheugen is ze kwijt. Wel heeft ze aan zijn ingrepen mechanische ledematen overgehouden. Zonder enige herinnering aan die gevangenschap of haar leven daarvoor, heeft Lady Mechanika een nieuw leven opgebouwd als avonturier en privé-detective. Haar unieke vermogens stellen haar in staat zaken op te lossen die de bevoegde autoriteiten niet kunnen of niet willen aannemen.

Maar tussendoor blijft ze zoeken naar informatie over haar eigen verleden. De meeste mysteries waar ze tegen aanloopt, hebben te maken met wetenschap en het bovennatuurlijke. De Lady beleeft haar spannende en intrigerende avonturen niet alleen in Mechanica City, de hypermoderne hoofdstad van het Britse Rijk, maar ook op het Europese vasteland, in Afrika en in Mexico. Gelukkig staat Lady Mechanika er niet helemaal alleen voor. Ze krijgt hulp van de geniale dokter Littleton, haar trouwe assistent Lewis en circusdirecteur Gitano.

De liefhebber weet al genoeg. Dit is vette steampunk; het fantasy subgenre met science fiction elementen, dat zich afspeelt in de tijd dat stoomkracht nog de primaire krachtbron was. Een tijdperk waarin tegelijkertijd futuristische uitvindingen en machines opduiken, naast herkenbare machines zoals computers.

 

Het Victoriaanse Engeland, de periode waarin magie en bijgeloof in botsing komen met nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen, wordt prachtig en zeer gedetailleerd vormgegeven door Joe Benitez. Verwacht niet alleen luchtschepen, zeppelins, monsters, mechanische vogel en mythische ruiters uit de hel. Je maakt ook kennis met alchemie, mystiek, mythologie, archeologie en geheime genootschappen.

Tekenaar/scenarist Benitez is bekend van onder meer Weapon Zero, The Darkness en The Magdalena. Ook is hij verantwoordelijk voor een aantal fijne DC Comics. Wij zijn benieuwd wanneer de Lady Mechanika verhalen verfilmd gaan worden. De uitgever heeft al een schitterende tagline: ‘Dan Brown meets Indiana Jones’.